De muziek die je hoort is chinees.  Zo ook het plaatje.
Het landschap kan van overal zijn.  Het is vlak, erg vlak en waar ik woon nog wel vlakker.
Zo plat als een pannenkoek. Er zijn wel een paar oneffenheden maar die zijn van bruggen over het water en van terpen waarop al voor 400 v. Chr. boerderijen stonden. Op een boerderij wordt veel mest geproduceerd en dat is als materiaal gebruikt, evenals plaggen, om deze terpen te bouwen.

 

 

 

Deze terpen werden gebouwd als bescherming tegen het water van de zee dat toen in de winter steeg. In die tijd werden de terpen al hoger en hoger. Ze kwamen in de 2e eeuw wel tot 4 meter hoog. Ook afval en klei werden gebruikt. Hoe groter de terp werd des te meer boerderijen werden er op gebouwd en op vele ook een kerk. In de 13e eeuw konden ze zelfs wel 6 meter hoog zijn.
Het is in zo'n dorp waar ik woon. Het dorp heet Wetsens en ligt in Friesland ofwel Fryslân zoals de provincie tegenwoordig officieel heet.
In Wetsens zijn 13 huizen en/of boerderijen gelegen in een halve cirkel om de 12e eeuwse kerk.

 Interessant is dat de terp van Wetsens op een iets hoger gelegen zandlaag ligt waarop indertijd door de zee een kleilaag werd aangebracht. Die zandlaag nu, werd zo'n 2000 jaar voor de bouw van de terp bewoond door een prehistorisch volk dat onder meer vuursteenbijlen maakte.  In 1897 is bij het afgraven van de terp zo'n bijl in de ondergrond gevonden. De afgraving van de terp begon in 1896 .De grond was erg vruchtbaar en daarom zeer in trek. Het werd verkocht aan mensen in andere delen van het land waar er behoefte aan was. Zodoende konden de mensen, arm als ze in die dagen waren, de kost verdienen.
Tegenwoordig is vrijwel alles wat over is een deel rond de kerk en de hoogte is ongeveer 6 meter. De terp van Wetsens is de grootste in omvang en die van Hegebeintum (Hogebeintum) is de hoogste.
Om de terp te kunnen afgraven was het nodig dat verscheidene huizen afgebroken moesten worden waaronder de armenhuizen en het schoolhuis.
Gelet op de vondsten van benen kammen en omdat er rond de terp altijd rundvee aanwezig was is het zeer waarschijnlijk dat er hier een lange tijd een kammenindustrie was. Van de 45 bijzondere exemplaren stammen er twee uit de eerste eeuwen voor onze jaartelling, elf uit de tijd van 400 tot 700 na Chr. en 32 uit de tijd van 700 tot 1000 na Chr. .De dekbladen van deze kammen waartussen de tanden geklemd waren, waren gemaakt ven hertengewei, vermoedelijk afkomstig uit de naburige Dokkumer wouden waar veel edelherten waren.